De menneusriem met de gekruiste koorden
Figuur 1 en 2: de foto en de tekening laten de juiste ligging van het hoofdstel zien. De bovenkant van de neusriem moet op dat stukje bot van de neus liggen, waarnaast de botloze inhammen beginnen. De onderkant van de neusriem zal op ongeveer 4-5 cm liggen boven de mondhoek. Op deze hoogte is er geen sprake van dat de neusvleugels worden belemmerd, aangezien de neusriem op het harde neusbot ligt. De bakstukken dienen in het verlengde van de mondspleet te liggen.Zodra de neusriem correct op hoogte ligt, wordt de kinriem aangetrokken en wel iets strakker dan bij een Engelse neusriem. Er moeten twee platte vingers passen tussen neus en neusriem. Zo zit de kinriem vast, maar niet aangesnoerd en kan de neusriem niet verschuiven als er druk met een leidsel wordt uitgeoefend. De neusriem mag niet omhoog kruipen, want als de bakstukken met de oogkleppen te ver van de huid wegbollen, kan het paard daartussendoor toch naar achteren kijken.
Figuur 3: deze tekening laat de werking van kruiskoorden van het hoofdstel zien wanneer we van beneden naar boven naar de onderkant van de kaak zouden kijken. Om het paard te sturen is een aannemen van een leidsel (de groene pijl) voldoende om een lichte druk te geven op de hele andere kant van het hoofd, vanaf de nek tot de onderkaak (rode pijlen) en over de neusbrug. Om een paard te laten halthouden is het aantrekken van beide leidsels voldoende om de druk op het gehele hoofd uit te oefenen..
Hoe een hoofdstel met deze neusriem voelt
Voor het paard voelt een hoofdstel met deze neusriem en de gekruiste koorden aan als een halster, maar de menner of ruiter ervaart het als een gewoon hoofdstel. Met de neusriem vastgemaakt aan de bakstukken waar normaal een bit aan bevestigd wordt, maken de gekruiste kaakkoorden het mogelijk om het paard te sturen via een vriendelijk duwtje tegen de andere kant van het paardenhoofd. De trainingsneusriem met de gekruiste koorden stuurt eerder door duwen dan door trekken en doet dat met een minimum aan druk.
De uitwerking is zodanig dat elke teugeldruk die wordt overgebracht op het hoofdstel feitelijk eerder minder wordt dan meer. Dat gebeurt op twee manieren. Allereerst wordt de leidseldruk verminderd door de richtingverandering van het kaakkruiskoord waar deze de D-ring in de neusriem passeert. Ten tweede wordt de leidseldruk over een groter gebied verspreid en oefent daardoor minder gewicht per vierkante centimeter uit dan de leidseldruk die door het bit uitgeoefend wordt op de lagen en/of op de tong. Omdat het grotere gebied van de gekruiste kaakkoorden op de relatief minder gevoelige weefsels van de huid, neusbot en spieren drukt dan in de hoogst gevoelige mond, is deze methode letterlijk niet in staat om het paard pijn te doen.
De feitelijke druk die wordt overgebracht op de diverse gedeelten van het hoofd, zijn tot dusverre nog nooit opgemeten. Een subjectieve maat kan verkregen worden door, staande naast het paardenhoofd, een vinger te leggen op een willekeurige plek onder een van de gekruiste kaakkoorden, terwijl een of beide leidsels worden aangetrokken. De zwaarste druk wordt feitelijk uitgeoefend op de neus, maar omdat de neusriem niet versterkt is met metaal, maar juist breed en gepolsterd is, is de druk niet pijnlijk. De druk elders is gering tot nauwelijks merkbaar. Dat maakt dat men zich afvraagt waarom een paard deze druk dan toch opmerkt. Denk eraan dat de huid zo gevoelig is dat het paard de beet, zelfs het landen alleen al, van een vlieg registreert, dus geringe druk is meer dan voldoende. Afhankelijk van het trekken aan één leidsel of beide leidsels kan druk ontstaan op de nek, langs één of beide zijden van de wangen, over de neus en onder de kaak.
Hoe werkt het?
Als we een hoofdstel met deze neusriem en gekruiste koorden vluchtig bekijken, lijkt het een dubbele keelriem te hebben, maar bij nader bekijken, zien we dat deze koordkeelriem een vervolg is van het leidsel van de zijkant van het hoofd. Twee gekruiste koorden die de verlenging zijn van de leidsels, kruisen onder de onderkaak. Als je een paar vingers onder het rechter kaakkruiskoord plaatst en druk zet op het linkerleidsel, zullen je vingers een lichte druk ervaren. Het paard voelt deze lichte druk over de hele rechterkant van zijn hoofd, op de nek, langs de wangen, over de neus en onder de kaak. Wanneer je een paard naar links laat wenden, duw je lichtjes op de rechterzijde van het hoofd, in plaats van pijnlijk in de mond te trekken. Paarden reageren beter op duwdruk dan op trekdruk. Zo communiceer je pijnloos met je paard en laat het paard zich gewilliger sturen. Het paard beweegt zijn hoofd op een meer natuurlijke wijze, met zijn hoofd opgericht, zonder te diep te lopen, zoals vaak met een bit gebeurt. Zijn paslengte zal langer zijn en zijn rug kan makkelijker welven.
Niet alleen wendt een paard beter met een kruislingse optoming, hij houdt ook beter halt. Met lichte druk op beide leidsels, omvat de menner het hele paardenhoofd. Het paard reageert zonder problemen op de bescheiden druk op de neusbrug, of op de combinatie ervan met de prikkel van een evenwichtsreflex die wordt opgeroepen in de nek, of op de prikkel van een aantal specifiek gevoelige drukpunten achter het oor. Maar wat het mechanisme ook is, het hoofdstel met deze neusriem en gekruiste koorden schijnt een “onderwerpings”respons op te roepen. Als de leidselhulp wordt gegeven in combinatie met de stemhulp, zal het paard langzamer gaan en halthouden.
De neusriem stelt het paard in staat om adem te halen zonder belemmeringen. Menpaarden stappen vaak erg slecht. Met deze neusriem zal een paard met een ruimere pas stappen, draven en galopperen. Gebruikers van deze neusriem met gekruiste koorden hebben het vaak over deze verandering als ze zeggen: “Hij stapt ruimer… heeft meer energie.. en hij lijkt lekker in z’n vel te zitten”. De neusriem zal het paard ook in staat stellen beter in balans te lopen, zoals een paard in vrije beweging van nature kan.
Deze tekst is gedeeltelijk overgenomen (en aangepast aan de menneusriem) uit “Metal in the Mouth” door prof.dr. Robert Cook (2003).
GEBRUIKSAANWIJZING TRAININGSNEUSRIEM MET KOORD
Foto 6: De maat nemen
Om de juiste maat neusriem vast te stellen neemt u de afstand tussen de bitstoten (met bit) van de bakstukken op over de neus zelf (dus niet over een neusriem).Bij warmbloeden, Fjorden, Haflingers enz. zal die afstand meestal 32-33 cm zijn. Arabieren, New Forest en grote Welshpony’s hebben vaak een afstand van 28 cm. Kleine Welshpony’s en Shetlanders komen meestal uit op 24 cm, terwijl mini-shetlanders en Falabella’s slechts een tussenruimte hebben van 20 cm. Deze afstanden komen overeen met de maatvoering van de trainingsneusriem. Kies de maat die het dichtste bij de door u gemeten afstand ligt.
Foto 7: juiste ligging van de neusriem
De neusriem ligt precies op dat harde stukje neusbot, waarnaast twee inhammen voelbaar zijn. De bovenkant van de neusriem moet precies gelijk liggen met het begin van de inhammen. De onderkant van de neusriem zal bij een warmbloed paard op ongeveer 4-5 cm boven de mondhoeken liggen, afhankelijk van de lengte van de mondspleet van het paard.
Foto 8: bevestiging van het koord
a. bevestig het koord aan de gesp van de windvanger
Foto 9: het koord heeft in het midden een lederen stoot. Bevestig deze met een passend gat in de gesp onder de stoot van de windvanger, zodat het koord precies tegen de achterkant van het kopstuk ligt.
b. voer de twee koorddelen ieder door de lussen van het frondeel. De koorden moeten aan de achterkant van de lussen lopen.
c. kruis de koorden onder de kaak
d. steek de uiteinden door de D-ringen van de neusriem naar buiten.
e. maak zelf twee lusknopen. Daartoe legt u het uiteinde zo’n 20 cm dubbel en maakt u een lusknoop. Controleer of de lusknopen inderdaad op dezelfde hoogte zitten. De afstand tussen D-ring en lusknoop bedraagt 8 – 10 cm, als het hoofdstel met de neusriem op het paard is opgedaan. Die ruimte is nodig om het hoofdstel af te kunnen nemen, zonder dat het kopstuk te strak over de oren moet worden getrokken. Zijn de koorden te lang voor uw paard, dan zijn ze gemakkelijk in te korten met een schaar. Brand wel de uiteinden dicht tegen rafelen.
Foto 10: heeft uw tuighoofdstel geen oogkleppen en dus ook geen gesp voor de windvanger, dan legt u de stoot van het koord van achteren naar voren over het midden van het kopstuk. Markeer met een priem door een van de gaten in de lederen stoot de plek op het kopstuk, waar een gat gemaakt moet worden met een gaatjestang. Gebruik het meegeleverde boutje om stoot en kopstuk aan elkaar te bevestigen. U kunt deze werkwijze ook toepassen bij een rijpaardhoofdstel, zodat u met deze trainingsneusriem in het zadel kunt rijden.
Foto 11 en 12: een correct aangepast tuighoofdstel
De bakstukken dienen in het verlengde te liggen van de mondspleet.
De koorden kruisen onder de onderkaak.
Foto 13: een bit erbij
Een bit (stang of trens) kan gemakkelijk bij de neusriem worden ingegespt voor menners die niet direct het vertrouwen hebben dat ze hun paard alleen op deze neusriem kunnen mennen. Neem in dit geval een bit dat iets breder is, omdat nu ook de neusriem bij de breedte moet worden opgeteld. Met dubbele leidsels kunnen ze van het ene systeem overgaan naar het andere.
Foto 14 en 15: longeren
Mocht u met een dubbele longe longeren en gebruik maken van een longeerlijn met koorden (type Haanstra), maak dan gebruik van karabijnhaken als u deze koorden via de koordlussen van het hoofdstel met de trainingsneusriem wilt terugsteken naar het longeerschoftje. Koord op koord glijdt slecht en geeft slijtage. Het gebruik van een kleine karabijnhaak, waar de musketon van de longeerlijn doorheen past, voorkomt dit probleem. De inwerking van een teruggestoken longeerlijn heeft ongeveer het effect van bijzetteugels.
Leverbaar in zwart en bruin.
Maten: Mini-shetlander, shetlander, pony, cob en full.